zoeken
in deze site

Inloggen
dossier online

Met dwang richting een akkoord?

Op 26 april heeft de rechtbank Groningen een uitspraak gedaan in een zaak die tot de verbeelding zou kunnen gaan spreken van schuldeisers. Wat is het geval?

Een 28-jarige jongeman heeft zich wegens schulden gewend tot een schuldhulpverlenende instantie. Betrokkene heeft een bijstandsuitkering, maar in het voorstel dat namens hem is gedaan door de schuldhulpverleners blijkt niet van maatregelen om te zorgen dat er meer inkomen door de jongeman wordt gegenereerd. Er zijn geen bijzonderheden aangegeven waaruit zou blijken dat betrokkene niet kan werken om zodoende meer inkomen te ontvangen om zijn schulden te voldoen. Schuldeiser A. is met het voorstel niet akkoord gegaan, redenen voor de schuldhulpinstantie om een dwangakkoord te verzoeken aan de rechter die dit echter afwees. Wel meent de rechter dat toelating tot de WSNP de weg is voor de betreffende debiteur. Hij heeft dan namelijk een sollicitatieplicht, op de nakoming waarvan zijn bewindvoerder dient toe te zien. In de WSNP heeft het niet nakomen van verplichtingen directe gevolgen voor de debiteur, omdat hem dan geen ‘schone lei’ wordt verleend en daardoor worden de oorspronkelijke schulden weer opeisbaar.

In de beleving van de rechter was de weigering van de schuldeiser om akkoord te gaan  terecht, omdat het voorstel in het minnelijke traject niet voorziet in garanties dat de jongeman gedurende 36 maanden zijn best doet om meer geld bij elkaar te krijgen voor een betere regeling, terwijl die garantie tot inzet er wel is bij toelating tot de WSNP.

Betekent dit nu dat het voortaan voor alle schuldeisers aan te bevelen is om maar niet akkoord te gaan met een minnelijk voorstel? Zeker niet. Moraal van het verhaal is en blijft dat altijd moet worden gekeken naar ‘de omstandigheden van het geval’. Maatwerk blijft van groot belang, of het nu gaat om schuldhulpverlening of incasso. 

Bron rechtspraak.nl - LJN BM2453